Algemeen.

Uitgangspunt blijft nog steeds dat we iedereen van harte aanraden om gewoon eens op de club langs te komen en te bespreken welk leertraject en welk model het beste gekozen kan worden. Echter kan het nooit kwaad om wat algemene informatie te geven over het begin van deze mooie hobby.

Zoals voor de meeste hobby's geldt, is goed gereedschap het halve werk. Zeker voor onze hobby geldt dit. Niets is vervelender dan enthousiast beginnen aan iets nieuws, maar vanwege een foute materiaalkeuze snel weer gedemotiveerd naar huis kunnen gaan.

Modelkeuze.

Er zijn tegenwoordig aardig wat vliegtuigen op de markt te verkrijgen. In het verleden was men snel geneigd om de klassieke Robbe Charter als ideaal beginnermodel te typeren. Ondanks het feit dat dit een goed beginnersmodel is en blijft, zijn er wel de nodige nuanceringen. Met name vanwege het feit dat de Charter geen ailerons/rolroeren heeft, is deze veelal te beperkt in zijn mogelijkheden. Wat wij altijd adviseren, is een ailerontrainer. Oftwel, een bovendekker (vleugel bovenop) met rolroeren. Het meest bekende voorbeeld hiervan is de Kyosho Calmato. Een vergelijkbaar toestel van een andere fabrikant is uiteraard ook prima. Het voordeel van de aanwezigheid van ailerons, is het veel soepelere vlieggedrag, en ook niet onbelangrijk: je kunt er wat langer plezier van hebben, dus ook nadat je de basis van het vliegen onder de knie hebt. De spanwijdte (lengte van de vleugel) van dergelijke toestellen ligt grofweg rond de 1.5 meter.Je komt ook met enige regelmaat toestellen van schuim tegen zoals bijvoorbeeld de Bixler. Ondanks dat dit prima vliegt, adviseren wij dit niet direct om aan te schaffen. Met name vanwege het lage vlieggewicht en daardoor windgevoeligheid.Ondanks dat het verleidelijk is; neem nooit als eerste model een schaalmodel zoals bijvoorbeeld een Mustang, Spitfire, etc. Ongeacht wat de modelbouwshop adviseert; hier krijg je zeer snel spijt van.

Hier een voorbeeld van een kyosho calmato:

Bouwen of ARF?

Vroeger ontkwam je er niet aan; als je wilde vliegen, dan moest je automatisch eerst zelf gaan bouwen. Gelukkig heeft ook hier de tijd niet stil gestaan en zijn we tegenwoordig van bouwdozen naar de ARF (Almost Ready to Fly) modellen gegaan. Het grote voordeel is uiteraard dat je dan relatief weinig werk hebt (alleen nog wat servo's en aandrijving inbouwen) maar ook de kosten vallen reuze mee. Een gemiddelde ARF trainer (kaal model) kost grofweg tussen de €80 en €150. Wanneer je zelf een model zou bouwen, dan ben je ditzelfde bedrag al makkelijk kwijt aan materiaalkosten, en dan rekenen we de arbeid niet eens mee nog.

Het andere voordeel (zeker voor beginners erg interessant) is dat wanneer je een crash meemaakt en reparatie is geen optie, dan kun je een nieuw model snel weer in huis hebben, en dus ook snel weer opnieuw in de lucht zijn, niet geheel onbelangrijk!

Aandrijving.

De concrete keuze qua aandrijving is simpel: brandstof of electro? In een nog niet zo heel ver verleden vlogen we in onze hobby voornamelijk met brandstofmotoren. De splitsing was benzine (veelal in grotere modellen) of methanol (grofweg modellen tot 2 meter spanwijdte) Ondanks de charme van een brandstofmotor (met name het geluid en de techniek) zien we tegenwoordig steeds meer electromodellen op het veld verschijnen. Vooral vanwege de eenvoud, betrouwbaarheid en het schoon blijven van het model (geen vieze olierestanten op het model meer) Uiteraard zul je dan wel moeten investeren in accu's (Li-Po accu's) en een acculader, maar de prijzen hiervan zijn afgelopen jaren extreem sterk gedaald.

Besturing.

Het spreekt voor zich dat voor het besturen van een rc model, er een zender benodigd is. Er zijn diverse merken op de markt. De 2 bekendste zijn Futaba en Spektrum. Op de E.M.C.R. wordt er voor het merendeel gevlogen met Futaba zenders. Dit is ook voor een beginner van belang vanwege het lessen. Vooral in het begin van het lessen, wordt de zender van de instructeur gekoppeld aan die van de leerling. Bij een dreigende fout, kan de instructeur met het overhalen van een schakelaar, de controle krijgen van het model. Dit bespaart heel veel dure en onnodige crashes.

Een zender kun je vinden in de prijsklasse van grofweg €50 tot zelfs €3000. Zeker voor een beginner is het onzin om een dure zender te kopen. Belangrijkste eisen voor een zender zijn dat hij minimaal 4 kanalen heeft, op de 2.4Ghz frequentie zit en een computerzender is om zo het instellen te vergemakkelijken.

Vlieglessen.

De lescoördinator zal aan de leerling een instructeur aanwijzen. Bij het eerste bezoek aan het vliegveld dien je je te melden bij de coördinator. Dit is Ger Kovacs. Wanneer Ger afwezig is, kun je je melden bij een andere instructeur. Zie hiervoor de van instructeurs.

De meeste instructeurs lessen met een leraar-leerling systeem. Dat wil zeggen, dat de zender van de leraar met een kabel verbonden wordt met de zender van de leerling. De leraar kan daardoor op elk moment snel de besturing overnemen zodra er iets mis dreigt te gaan. Het is een prettige manier van lessen en het voorkomt een aantal crashes. Voorwaarde is wel, dat de twee zenders compatibel zijn (zie het eerdere stukje over de voorkeur voor Futaba)

Leerlingen behoren voor elke les een afspraak te maken met de instructeur waarbij hij lest. Dat kan telefonisch of per e-mail.

Het spreekt wellicht voor zich, maar voor schade als gevolg van een onzachte landing of crash tijdens het lessen kan de instructeur noch de vereniging aansprakelijk gesteld worden.

Wanneer de instructeur en de leerling voldoende vertrouwen hebben in de vliegkunsten van de leerling, dan zal er een examen worden afgenomen waarin wat eenvoudige figuren gevlogen dienen te worden. Wanneer dit naar tevredenheid gaat, dan krijgt de leerling een officieel KNVvL-brevet en mag de leerling vanaf dat moment zelfstandig gaan vliegen (en is daardoor eigenlijk geen leerling meer)


                                 © 2016 E.M.C.R. Elektronica en ModelbouwClub Rozenburg. All rights reserved.

DMC Firewall is developed by Dean Marshall Consultancy Ltd