Ø

Tips en trucs

  1. Propellerkaart
  2. Tips voor benzinemotoren
  3. Over lijmen gesproken
  4. Vervangende stroomtang voor elektromotoren

1 Propellerkaart

Propellerkeuze

Welke propeller moet ik gebruiken ?

Als je een motor koopt zit er altijd keurig een handleiding bij met tips voor het inlopen en ook welke propeller gebruikt kan worden. Handleidingen raken zoek en bij aanschaf van een tweedehands motor is deze ook meestal nergens te vinden en komt opnieuw de vraag: welke propeller moet er op?

Voor de meest gangbare 2-takt- en 4-taktmotoren staan de aanbevolen (2-blad)propellers in de onderstaande tabellen opgesomd. Toepassing van 3-blad- en 4- bladpropellers dient bij de motorleverancier te worden nagevraagd.

Propellers voor 2-takt motoren

(maten van diameter en spoed in inches)
Cilinderinhoud
van motor:
(cubic inch)
Propeller
om mee te
beginnen:
Alternatieve propellers:

.049

6 x 3

5¼ x 4

5¼ x 4

6 x 3½

6 x 4

7 x 3

.09 - .10

7 x 4

7 x 3

7 x 4½

7 x 5

8 x 3

.15

8 x 4

8 x 5

8 x 6

9 x 4

.19 - .25

9 x 4

8 x 5

8 x 6

9 x 5

.29 - .30

9 x 6

9 x 7

9½ x 6

10 x 5

.35 - .36

10 x 6

9 x 7

10 x 5

11 x 4

.40

10 x 6

9 x 8

11 x 5

.45

10 x 7

10 x 6

11 x 5

11 x 6

12 x 4

.46

10 x 6

10 x 7

11 x 5

11 x 6

11 x 7

12 x 4

.50

11 x 6

10 x 7

10 x 8

11 x 7

12 x 4

12 x 5

.60 - .61

11 x 7

11 x 7½

11 x 7½

11 x 8

12 x 6

.70

12 x 6

11 x 8

12 x 8

13 x 6

14 x 4

.78 - .80

13 x 6

12 x 8

14 x 4

14 x 5

.90 - .91

14 x 6

13 x 8

15 x 6

16 x 5

1.08

16 x 6

15 x 8

18 x 5

1.2

16 x 8

16 x 10

18 x 5

18 x 6

1.5

18 x 6

18 x 8

20 x 6

1.8

18 x 8

18 x 10

20 x 6

20 x 8

22 x 6

2.0

20 x 8

18 x 10

20 x 6

20 x 10

22 x 6

Propellers voor 4-takt motoren

(maten van diameter en spoed in inches)
Cilinderinhoud
van motor:
(cubic inch)
Propeller
om mee te
beginnen:
Alternatieve propellers:

.20 - .21

9 x 6

9 x 5

10 x 5

.40 11 x 6 10 x 6 10 x 7 11 x 4 11 x 5 11 x 7 11 x 7½ 12 x 4 12 x 5
.45 - .48 11 x 6 10 x 6 10 x 7 10 x 8 11 x 7 11 x 7½ 12 x 4 12 x 5 12 x 6
.60 - .65 12 x 6 11 x 7½ 11 x 7¾ 11 x 8 12 x 8 13 x 5 13 x 6 14 x 5 14 x 6
.80 13 x 6 12 x 8 13 x 8 14 x 4 14 x 6
.90 14 x 6 13 x 6 14 x 8 15 x 6 16 x 6
1.20 16 x 6 14 x 8 15 x 6 15 x 8 16 x 8 17 x 6 18 x 5 18 x 6
1.60 16 x 6 15 x 6 15 x 8 16 x 8 18 x 6 18 x 8 20 x 6
2.40 18 x 10 18 x 12 20 x 8 20 x 10
2.70 20 x 8 18 x 10 18 x 12 20 x 10
3.00 20 x 10 18 x 12

Terug naar het begin ?


2 Tips voor benzinemotoren

Het meest onderscheidende van grote modellen, is het feit dat er veelal benzinemotoren gebruikt worden. Ook al worden er grote
tweetakt- en viertaktgloeiplugmotoren gebruikt, het zijn toch altijd weer de benzinemotoren die de meest bezorgde blikken opleveren. Om de een of andere reden schijnt iedereen nog steeds te denken, dat als je een benzinemotor uit een kettingzaag sloopt en op een motorschot schroeft, de bediening ineens veel moeilijker is geworden.
De werking en installatie zijn inderdaad anders dan die bij de ouwe trouwe gloeiplugmotoren, maar moeilijker is het zeker niet. Ik durf zelfs te beweren dat, indien je ze goed behandelt en correct afstelt, benzinemotoren gemakkelijker zijn in het gebruik en bovendien ook betrouwbaarder zijn. Vandaag de dag is er een uitgebreide keuze aan benzinemotoren op de markt. Ze zijn voorzien van kogellagers voor de krukas en vele motoren hebben een prima uitgebalanceerd vliegwiel. Ze lopen vrijwel trillingsvrij.
Ongeacht het type of merk hebben alle benzinemotoren dezelfde drie dingen nodig om goed te kunnen werken. Kun je jezelf nog herinneren hoe je op school de theoretische driehoek leerde die de benodigdheden voor vuur voorstelde: brandstof, lucht en warmte? Nu, dat zijn precies dezelfde drie dingen die elke verbrandingsmotor nodig heeft. Als je dit onthoudt zal het je zeker helpen bij het vliegen en bij het opsporen van problemen met elke motor - ongeacht of het een gloeiplugmotor of een benzinemotor is.

  • Brandstof. Allereerst heeft de motor een regelmatige toevoer van schone, gefilterde brandstofnodig. Dat betekent dat de brandstofleiding, de brandstofinlaatpoort op de carburateur en de brandstoftank allemaal vrij van vuil en verstoppingen moeten zijn. De standaard Walbro carburateurs die je op de meeste benzine motoren aantreft heeft een ingebouwde membraanpomp, die de brandstof in de carburateur pompt. Onder normale omstandigheden heeft de carburateur weinig onderhoud nodig. Je moet een goede kwaliteit tweetaktolie mengen met de benzine om zodoende een goede smering en koeling van de diverse motoronderdelen te krijgen. Voor nieuwe motoren kun je het beste een brandstof / olie menging van 30: 1 gebruiken en nadat de motor is ingelopen met een paar liter brandstof kun je het mengsel wijzigen in de
    verhouding 40: 1.
  • Lucht. De tweede voorwaarde is een correct afgestelde carburateur om lucht en brandstof optimaal te mengen. De afstelling moet niet te rijk, maar ook niet te arm zijn voor een goede werking van de motor. De carburateur heeft twee afstelschroeven, die dienen voor het afstellen van hoge toeren en lage toeren. Het lage toeren mengsel moet eerst worden afgesteld om een betrouwbaar stationair gedrag en een vloeiende overgang naar volgas te bewerkstelligen.
    Hierna kan het hoge toeren mengsel worden afgesteld. Maar daarover later meer.
  • Warmte. Het laatste deel van de drie voorwaarden is het ontstekingssysteem. Ongeacht of je een magneetontsteking of een elektronische ontsteking hebt, moet het ontstekingssysteem goed functioneren om voldoende stroom te leveren om de bougie te laten vonken. Als je magneetontsteking hebt (de meeste standaard benzinemotoren hebben magneetontsteking), controleer dan in de handleiding wat de juiste afstand tussen het vliegwiel en de magneet moet zijn.
    Een afstand van 0,25 mm tot 0,38 mm is de norm, maar kijk dit voor de zekerheid na in de handleiding. Controleer bij elektronische ontstekingen of de accu goed opgeladen is en dat de afstand tussen de magnetische pick-up sensor en het vliegwiel correct is ingesteld.
    Oudere systemen met elektronische ontsteking, die nog voorzien zijn van een mechanische vonkafstelling, moeten volgens voorschrift worden ingesteld. Uit veiligheidsoverwegingen is het verstandig om een schakelaar te installeren die de ontsteking kan onderbreken. Controleer tenslotte de afstand tussen de elektroden van de bougie en stel deze in op een afstand van 0,5 mm tot 0,8 mm. Schroef de bougie weer in de motor en je bent klaar voor de start. Maar hoe weet je nu of je motor juist is afgesteld?

Start procedure

Voordat je de motor start moet je altijd eerst de handleiding van de motor raadplegen. Mocht je geen handleiding (meer) hebben, dan kun je de volgende procedure hanteren(deze werkt bijna altijd):
onderbreek de ontsteking d.m.v. de schakelaar en pomp wat brandstof naar de motor door de propeller drie tot vijf keer rond te draaien. Als de motor geen chokeklepje heeft, hou dan de luchtinlaat van de carburateur met je duim dicht. Controleer of er wel brandstof in de carburateur aan komt (is je duim nat?). Doe nu de choke open (of haal je duim uit de inlaat) en geef volgas. Sla nu, terwijl een helper het model goed vast houdt, snel de propeller enige malen rond totdat je de ontsteking een keertje hoort hoesten. Vervolgens stel je het gas in op ongeveer een kwart gas en sla je de propeller weer rond. Nu zou de motor bij de derde of vierde slag moeten starten. Laat de motor nu een paar minuten warm draaien voordat je meer gas gaat geven.

Naald instellingen

Nadat de motor op temperatuur is gekomen open je langzaam het gas tot volgas en Iet je op de reactie van de motor. Als de motor eerst inhoudt, dan oppakt en meteen daarna afslaat dan, is de instelling te rijk. Draai de lage toeren naald een kwart slag in (met de klok mee) en probeer het nogmaals. Als de motor echter een hol borrelend geluid maakt en weer afslaat, dan staat de zaak te arm afgesteld en moet de naald ongeveer een achtste slag worden uitgedraaid (tegen de klok in). Waar je naar op zoek bent is een gelijkmatige en lichtelijke vertraagde overgang van stationair naar volgas.Verdraai nu de hoge toeren naald totdat het toerental niet meer oploopt en draai nu de naald langzaam terug totdat het toerental 200 tot 300 toeren gezakt is. Bij alle motoren zakt het toerental iets in tijdens het vliegen, dus probeer op de grond niet het ultieme maximum aan toeren er uit te halen. Tenslotte controleer je, nadat je de hoge toeren naald hebt afgeregeld, nog een keer de lage toeren naald omdat wijzigen van welke toereninstelling dan ook altijd wat bijwerking op de andere instelling geeft.

Wat kan er nog meer fout zijn?

Nu hoor ik je al zeggen "Ja dat klinkt allemaal wel aardig, maar ik heb dat allemaal gedaan en toch loopt mijn motor nog steeds niet. Wat kan ik nog meer doen?". Nu, je zou bijvoorbeeld de positie van de propeller ten opzichte van de magneten op het vliegwiel eens kunnen controleren. Als je erg veel moeite moet doen om de motor met de hand te starten, moet je eens een andere propellerpositie proberen. Als alles correct is ingesteld hoef je nooit meer met het schaamrood op je gezicht te staan bij het proberen te starten van je motor. Hier volgen nog een aantal tips om problemen op te lossen.

  • Als de motor start, de brandstof uit de carburateur opgebruikt en dan stopt, wijst dit op een brandstoftoevoerprobleem. Controleer de brandstofslangen op knikken of kleine gaatjes. Controleer ook of de brandstoftank juist is ge√Ønstalleerd.
  • Als de motor geen brandstof aanzuigt, controleer dan of de brandstofnaalden niet verstopt zitten. Controleer ook of de carburateur wel strak op de motor is gemonteerd en of de venturi, die druk levert voor de membraanpomp, niet verstopt zit door vuil. Controleer het brandstoffilter. Als het filter vuil is, moet je dit verwijderen en uitspoelen met schone brandstof. Controleer tenslotte ook of de cilinderkop wel strak op de cilinder is gemonteerd. Let er op dat de koppakking goed is aangebracht.
  • Als de motor helemaal niet wil vonken, controleer dan eerst de ontstekingsschakelaar (deze moet AAN staan). Controleer de bougiekabel en de massakabel naar de schakelaar op gebreken. Voor elektronische ontstekingen geldt: controleer of de accu wel goed is opgeladen en dat alle draden (inclusief de sensordraad) goed vast zitten.
  • Als er helemaal geen compressie is, controleer dan of de zuigerveer niet gebroken is, of vast zit, en kijk of er krassen of beschadigingen zitten in de cilinderwand.
  • Bekijk en leer van de bougie.
    De motor draait en je hebt er al een paar vluchten op zitten. Hoe kom je nu te weten of alles inderdaad in helemaal orde is? Dat kom je te weten door naar de kleur van de bougie te kijken. Schroef na een vlucht de bougie los en bekijk de keramische mantel van centrale electrode. Als deze poederig wit van kleur is, dan is het mengsel te arm. Als de mantel zwart van kleur is en het element bovendien nat is, dan staat het mengsel te rijk afgesteld. Een juist afgestelde carburateur geeft de mantel een lichtbruine of beige kleur, te vergelijken met de kleur van een bruinpapieren zakje.

Nu, dat is het zo ongeveer. Het vliegen met benzinemotoren is dus helemaal niet moeilijker dan het vliegen met gloeiplugmotoren; het instellen en er mee vliegen is alleen maar anders.

Nog een laatste advies: jaag niet achter een hoog toerental aan. Gebruik een propeller die iets zwaarder is dan wat de motor volgens de fabrieksopgave moet hebben. Benzinemotoren draaien namelijk het best als ze een beetje rijk staan afgesteld en enigszins worden belast .

Veel plezier met je benzinemotor !

bron: Model Airplane News

Terug naar het begin ?


3 Over lijmen gesproken

Vroeger lijmden we onze vliegers met een koude gekookte aardappel. Tegenwoordig bestaan er voor dit werkje meer alternatieven dan er vliegers zijn. Ook de modelbouwer kan nu kiezen uit een breed scala lijmprodukten, met ieder zijn eigen specifieke eigenschappen. Het loont de moeite om de meest voorkomende lijmen die de modelbouwer gebruikt eens onder de loep te nemen en te kijken naar de gebruiksmogelijkheden.

Witte houtlijm

Een veelvuldig voorkomende lijmverbinding is balsa/balsa, balsa/triplex of triplex/triplex. De lijm die we hiervoor nodig hebben moet in het poreuze hout kunnen trekken. Dus een dun vloeibare lijm. Niet vergetend dat we hier een model bouwen, en ook het uiteindelijke gewicht behoorlijk meetelt, moet het dus ook een lijm zijn die, spaarzaam gebruikt, toch een stevige en duurzame lijmverbinding geeft. Witte houtlijm is hiervoor zeer geschikt. Vooral als we grotere houtoppervlakken op elkaar moeten lijmen is witte houtlijm de juiste keuze maar ook voor het lijmen van hout op styropor (balsavleugelbeplanking, neus- en eindlijsten, enz) gebruiken we deze lijm. Een nadeel is het moeten klemmen van de gelijmde onderdelen en de lange hardingstijd. Witte houtlijm zullen we in hoofdzaak gebruiken voor het bouwen van houten vliegtuigrompen en de uit hout vervaardigde bovenbouw van schepen. Zijn beide te lijmen delen voldoende aangedroogd en komen ze per ongeluk of verkeerd tegen elkaar, dan kunt je het wel vergeten. Ze zitten dan onherroepelijk vast. Voorzichtig dus met deze lijm. In de modelbouw zullen we deze lijm hoofdzakelijk gebruiken voor het op elkaar lijmen van grote delen. Bijvoorbeeld een versteviging van een romp, of het lijmen van de vleugelbeplanking op houten ribben. Voor het lijmen van kleine raakpunten die haaks op elkaar staan kan men beter geen kontaktlijm gebruiken omdat deze lijm geen stevigheid geeft zoals bijv. bij hartlijm.

Hartlijm

Een andere veel gebruikte houtlijm is de z.g. "Hartlijm", een doorzichtige substantie die dun vloeibaar in het materiaal kan penetreren en uitstekende lijmverbindingen geeft. Voor het maken van hoekverbindigen is deze lijm ideaal. Hij blijft, niet al te dik
aangebracht, netjes in de hoeken hangen zonder af te druipen. Het is een water- en zuurbestendige lijm, die echter ook een nadeel heeft. Bij normale kamertemperatuur is de droogtijd relatief kort, maar in een kouder vochtiger milieu is de droogtijd zeer lang. Voor het lijmen van grote oppervlakten is deze lijm ongeschikt, omdat het oplosmiddel niet verdampen kan. Hartlijm gebruiken we hoofdzakelijk voor het lijmen van ribben vleugels of andere op elkaar staande onderdelen. De naam Hartlijm vloeit voort uit het ook in Nederland ingeburgerde begrip UHU Hart.

Kontaktlijm

Voor het lijmen van grote oppervlakken blijkt een kontaktlijm geschikt. (Bison-kit). Het voordeel is een goede lijmverbinding en een korte droogtijd. Het nadeel is de onmogelijkheid tot korrektie. Er bestaan twee soorten kontaktlijm. De eerste soort heeft een geleiachtige consistentie die helaas ook een nadeel heeft. Bij het insmeren van de te lijmen onderdelen trekt het graag draden en druipt. Vooral als men grote vlakken moet lijmen is dit soms lastig. Men kan dan beter de tweede soort nemen die o.a. onder de naam BISON TIX bekend staat. Deze (TIX-otrope) kontaktlijm smeert als boter en druipt niet. Kontaktlijm kan verdund worden door toevoeging van een speciale verdunner (evt. thinner). De tixotrope lijm zal echter zijn speciale eigenschap verliezen als men deze verdunt.

Twee komponentenlijmen

Naast eenkomponentenlijm bestaan er ook lijmen die uit twee substanties (lijm en verharder) bestaan, die na mengen een bruikbare kleefmassa leveren. Epoxy bijv. is een van deze TC (twee-komponenten) lijmen. Deze lijm is te koop in de snel drogende kwaliteit (bij kamertemperatuur ca. 5 minuten) of als langzaamdrogende partner die, afhankelijk van de soort verharder, ongeveer 4 tot 24 uur nodig heeft. Epoxylijm heeft een goed penetrerend vermogen, smeuige konsistentie en maakt een sterke, enigszins veerkrachtige lijmverbinding. Het lijmt bijna al de in de modelbouw voorkomende materialen en is uitermate geschikt voor het vastzetten van bijv. zwaar belaste hout/hout - hout/kunststofverbindingen. Het nadeel van enkele merken is dat ze niet brandstofbestendig zijn, dus oplossen als ze langer met alcohol in aanraking komen. Om dit euvel tegen te gaan moet men de lijmplaatsen die eventueel met brandstof in aanraking kunnen komen, lakken met spanlak. Epoxy is ook de enige TC- lijm waarmee styropor gelijmd kan worden. Door het verwarmen van de lijm zal deze dunner worden en sneller drogen. Doordat de lijm dan beter uitvloeit kan men er zuiniger mee werken, terwijl de "hardheid" toeneemt. Enige namen: Multipoxy, Hobbypoxy, Bison 5 minuten epoxy. (De Bison en Greven epoxy) zitten in een handige dubbelspuit, waarmee het erg makkelijk is de juiste mengverhouding de doseren. De 5-minuten epoxy is handig voor kleine reparaties, terwijl men voor bijvoorbeeld het lijmen van vleugelhelften of andere zwaarbelaste onderdelen 24-uurs epoxy gebruikt. Deze geeft in combinatie met glasweefsel of mat een ijzersterke verbinding.

Voor epoxy bestaan diverse vulmaterialen die gemengd met de lijm voor verschillende doeleinden gebruikt kan worden. Micro balloons zijn microscopisch kleine, holle en zeer lichte ballonnetjes, die het volume van de lijm verhogen zonder dat het gewicht merkbaar hoger wordt. Hiermee kun je bijvoorbeeld spleten opvullen. Voor grotere gaten zijn er glaswolsnippers of losse vezels verkrijgbaar. Naast epoxy bestaat er een goedkoper alternatief, de polyesterhars. Het heeft vrijwel dezelfde eigenschappen als epoxy, maar het is harder en dus minder veerkrachtig na uitharding. Al naar gelang van de toegevoegde verharder is de uithardingstijd enige minuten tot 24 uur. Polyester wordt hoofdzakelijk gebruikt voor het maken van moedermallen voor vliegtuig- of scheepsrompen.Voor de beginnende modelbouwer is dit spul af te raden, daar de verwerking niet helemaal ongevaarlijk is (giftig), en daarbij een penetrante geur verspreidt.

Een keiharde lijm voor hout en kunststof is een TC- lijm die bestaat uit lijmpasta en poeder. Dit produkt van Henkel "Stabilit Express" lijmt vrijwel alles, is makkelijk in het gebruik, en redelijk snel droog. De lijmverbinding wordt keihard en is daardoor geschikt voor zwaar belaste delen, of reparaties in het veld. Bij het kopen van deze lijm is het zaak erop te letten dat je vers spul krijgt. De lijm in de tube moet doorzichtig geel/bruin zijn. Oudere lijm kenmerkt zich door een ondoorzichtige geelwitte substantie en is minder in kwaliteit. De bij vele modellen gebruikte ABS- onderdelen kunnen als ze met hout verlijmd moeten worden, het beste met deze lijm gelijmd worden.

Ook UHU heeft nu een vergelijkbare lijm, UHU Acrylit. Een twee componentenlijm met poeder als harder. Deze is geschikt voor het lijmen van kunststof, metaal, steen, hout en glas. De verwerkingstijd ligt tussen zeven en tien minuten, de uithardingstijd bedraagt ongeveer 5 minuten. Ook UHU Acrylit is spleetvullend, wordt keihard en kan geschuurd, geboord en geslepen worden. Een andere lijm van UHU is de All-plast en is een lijm waarbij de te lijmen plaatsen door de lijm enigszins worden opgelost, zodat een hechte verbinding van beide delen wordt verkregen. Deze lijm is geschikt voor de meeste in de modelbouw gebruikte kunststof/kunststof verbindingen.

Metaallijm

Een andere twee-komponentenlijm is de Kombi Super van Bison. Het is een metaalachtige lijm op epoxybasis. Met dit spul kan men o.a. aluminium lijmen. Deze lijm wordt zo hard dat het zelfs mogelijk is er gaten in te tappen om iets vast te schroeven. De scheepsmodelbouwers kunnen er bijv. de schroefaskoker of motorfunderingen mee vast zetten. En ook de autojongens, die toch grotendeels met metalen onderdelen werken, zullen deze lijm goed kunnen gebruiken. De uithardingstijd van deze lijm bedraagt ongeveer 16 uur bij huiskamertemperatuur, maar als men vlug wil werken kan men de gelijmde onderdelen bijv. in een oven verwarmen. Het drogen duurt dan minder lang en de lijm wordt dan harder.

Cyanoacrylaatlijmen

Een zeer moderne lijm is de zogenaamde secondenlijm ofwel cyanoacrylaat-lijm. Het is een dunvloeibare lijmsoort die vrijwel alles lijmt. Kunststof, metaal, VLEES, dus ook je vingers e.d. Voor het lijmen van hout is CA-lijm maar beperkt geschikt. Daar de lijm dun vloeibaar is trekt hij diep in het hout, waardoor de lijmverbinding niet altijd stevig is. Een tweede keer nalijmen geeft dan het gewenste resultaat. Voor het lijmen van balsahout is een dik vloeibare CA-lijm geschikt. Let dus op bij het kopen van zo'n lijm. Voor kunststof de dunvloeibare en voor hout de iets dikkere variant. Pas op bij het lijmen van doorzichtige kunststofdelen zoals cockpitkappen of beglazing van scheepsmodellen. De reactie van de lijm kan gepaard gaan met een rookwolkje, dat neerslaat op de kunststof. Dit geeft dan een ondoorzichtige rand op de lijmplaats die niet te verwijderen is. Er bestaat secondenlijm die niet neerslaat en waarmee je doorzichtige onderdelen wel mooi kunt lijmen. Gebruik dan liever een activator als het snel moet gaan.

Filler

Voor het vullen van spleten bestaat er een speciale Filler die in combinatie met secondenlijm glashard wordt. Maar ook als je ergens schroefdraad in wilt tappen kun je op de plek waar deze draad moet komen eerst een gat boren, vullen met filler en bedruppelen met ca-lijm. Daarna een gaatje in de hard geworden filler boren en de schroefdraad erin tappen. We kennen deze Filler van Jamara en Greven. We hebben het nu gehad over verschillende lijmprodukten, maar nog niet over hoe te lijmen. Bij de meeste verkochte lijmen zit een gebruiksaanwijzing en het is belangrijk deze op te volgen. In het algemeen geldt voor alle lijmen:
Het te lijmen materiaal moet droog, stof- en vetvrij zijn. Bij materialen met een hard oppervlak (hardhout, kunststof) is het aan te bevelen deze oppervlakten met een rasp o.i.d. op te ruwen alvorens te gaan lijmen. Geef lijm de tijd om zijn werk goed te doen. Dus pas belasten als een lijm helemaal is doorgedroogd. Denk ook niet dat meer lijm een betere verbinding geeft. Dit is niet waar, maar kost alleen meergewicht en een langere droogtijd. Te spaarzaam gebruik is echter ook niet juist. De meeste lijmen hebben verdunners (aceton, benzol, tetrachloorkoolstof) die een narcotiserende werking hebben. Ook polyesters zijn niet ongevaarlijk. Hier is Styrol de grote boosdoener. Bij de epoxyden komen we Triethyleentetraamine tegen. Allemaal stoffen die schadelijk zijn voor de gezondheid. Dus zorg voor een goede ventilatie bij het gebruik van vluchtige lijmen! De droogtijd van secondenlijm duurt bij niet poreuze materialen werkelijk maar enkele seconden. Bij houten verbindingen duurt het iets langer. Wilt je toch snel werken dat is een z.g. QFS versneller de oplossing. Deze vloeistof, die je met een penseel of uit een spuitbusje dun op de gelijmde plaats aanbrengt, zorgt voor een snel drogen van de ca-lijm, waardoor deze niet helemaal in het hout trekt. Zo ontstaat er een zeer lichte en toch stevige lijmverbinding. De QFS versneller is o.a. leverbaar onder de naam Potz Blitz van Simprop, een potje versneller en dik vloeibare ca-lijm, maar ook Greven heeft een dergelijke "Aktivator" in zijn programma. Vraag ernaar bij je modelbouwhandelaar. Voor mensen die veel met secondenlijm werken is dit een ideale partner.

WAARSCHUWING:

Neem tijdens het werken met secondenlijm steeds alle voorzichtigheid in acht. Let op dat je niet morst, pas op je ogen en houd het absoluut, zoals alle lijmen, weg bij kinderen. Ook de vaak gehoorde "truc" de gelijmde plaats te verwarmen met behulp van een brandende sigaret moet worden afgeraden. Het vrijkomende rookwolkje is giftig en kan irritatie van de slijmhuid tot gevolg hebben.

bron: Kwiklink

Terug naar het begin ?


4 Vervangende stroomtang voor elektromotoren

Om de stroom van elektromotoren te kunnen meten wordt hierbij uitgegaan van het meten van de spanning over een gedefinieerde meetweerstand die in serie wordt geschakeld met één van de toevoerdraden van de accu naar de motor (zie schema).

  1. De stroom door de weerstand wordt dan berekend met behulp van de wet van Ohm
    U = I x R of I = U/ R dat wil zeggen de stroom (I) is de gemeten spanning (U) gedeeld door de weerstand (R) .
  2. De spanning kan dan met een eenvoudige digitale voltmeter over de serieweerstand gemeten worden.
  3. Door deze spanning dan in een grafiek te noteren kan de bijbehorende stroom er dan bij gezocht worden.
  4. Voorwaarde voor een redelijk nauwkeurige meting is dat de weerstand die in serie wordt geschakeld een zodanige lage waarde heeft dat er niet al te veel spanningverlies naar de motor is.
  5. In de praktijk blijkt dat een niet éénvoudig te verkrijgen weerstandswaarde te zijn.
  6. Uiteindelijk ben ik terecht gekomen op een stuk elektriciteitsdraad van 1 m (1 1/2 kwadraat 1.3 mm Ø ) dat in iedere elektriciteitszaak te verkrijgen is.
  7. 1 m 1 1/2 kwadraat 1,3 mm Ø vertegenwoordigd een weerstandswaarde van 0.011 ohm of 11 m ohm. Deze waarde ligt in de buurt van de toevoerdraden naar de motor.
  8. Bij een stroom van b.v 50 A valt er dan een spanning over van U = I x R dus 50 x 11 = 550 mV of 0,55 V. Dat is ongeveer 4,5 % van 12 V.
  9. Deze draad van 1 meter wordt dan bijvoorbeeld op een kokertje van 3 á 4 cm Ø gewikkeld.
  10. Hieronder de grafiek waarin de stromen afgelezen kunnen worden.
  11. In verband met het verlies in de in serie geschakelde weerstand van 0.011 ohm zal de gemeten stroom, vergeleken met een stroomtang,
    ongeveer 8 % te laag zijn.

Terug naar het begin ?


                                 © 2016 E.M.C.R. Elektronica en ModelbouwClub Rozenburg. All rights reserved.

Our website is protected by DMC Firewall!