Welk model

Wanneer je begint met modelvliegen droom je van de mooiste kisten, zoals een Pitts Special of een mooie schaalkist als een Spitfire of misschien wel een helikopter. Behalve dat deze modellen behoorlijk aan de prijs zijn, vergen ze ook ervaring in bouwen en zeker ervaring met vliegen.
Het is dan ook verstandig met een zgn. "trainer" te beginnen.

Hoe ziet zo'n trainer er nu uit en wat zijn de eigenschappen?

  • Bijna alle kisten zijn houtbouw. Het voordeel is dat deze gemakkelijk te repareren zijn (schade's zijn in het begin niet ondenkbaar).
  • Het model dient stevig te zijn. Wanneer bij elke wat hardere landing de onderdelen om je oren vliegen, blijf je repareren.
  • Het model moet gemakkelijk te bouwen zijn. Het mag niet te lang duren, anders is de lol er snel af en belandt de kist op zolder.
  • Het model moet gemoedelijke vliegeigenschappen hebben. De romp is dan meestal recht- hoekig van vorm, met een hooggeplaatste vleugel, een zgn. hoogdekker. De "zelfstabiliteit" is hiermee het hoogst, d.w.z., wanneer de stuurknuppels losgelaten worden, gaat het model in de meeste gevallen gewoon weer recht vliegen.
  • De vleugel dient een zo'n dik mogelijk vleugelprofiel te hebben. Daarmee kan lekker langzaam gevlogen worden, waardoor je meer tijd hebt om te leren sturen.
  • Wanneer voor een zwever gekozen wordt, dient de spanwijdte niet te klein te zijn. Zo'n 2,5 meter is een goed uitgangspunt.
  • Trainers zijn er in vele soorten en maten. Gemiddeld bedraagt de spanwijdte ¬± 1,5 m. De motor voor deze toestellen is meestal een tweetaktmotor met een cilinderinhoud van 6,5 tot 7,5 cc.


Natuurlijk kun je ook voor een viertaktmotor kiezen, maar deze is over het algemeen minder geschikt voor beginners, vanwege de complexere techniek.
Een ander alternatief is electrovliegen, waarbij i.p.v. een verbrandingsmotor een electromotor voor de aandrijving zorgt.


                                 © 2016 E.M.C.R. Elektronica en ModelbouwClub Rozenburg. All rights reserved.