Welke besturing

Er is tegenwoordig een groot aanbod in radiografische besturingen.
Om te leren vliegen zijn er tenminste 4 stuurfunctie's noodzakelijk, t.w.:

  • Hoogteroer - stuurt het toestel omhoog of omlaag
  • Richtingroer - stuurt het toestel links of rechts
  • Rolroeren (ailerons) - Laat het toestel naar links of naar rechts rollen
  • Gasregeling - regelt toerental van stationair tot vol gas

Elke functie betekent een "kanaal", zodat de zender tenminste 4-kanalen dient te hebben.
Moderne zenders hebben bijna allemaal meerdere kanalen tot hun beschikking, zodat dus ook meerdere functie's uitgevoerd kunnen worden, zoals een intrekbaar landingsgestel, enz.

De stuurknuppels dienen soepel te kunnen bewegen en geen speling in de neutraalstand te hebben. Wanneer dit niet het geval is, zal het vlieggedrag van het toestel sterk te wensen overlaten.
De accucellen in de zender dienen gepuntlast te zijn. Soms wordt nog een houdertje met losse cellen aangeboden, maar dat is vragen om moeilijkheden. Bij de minste stroomonderbreking zal de besturing uitvallen en de gevolgen zullen duidelijk zijn.
Een zender dient ook een type-goedkeuring te hebben. Dit is te herkennen aan een sticker op de zender. Een vergunning is in Nederland al langere tijd niet meer nodig, zodat hiervoor geen kosten zijn.

Wanneer je de zender alleen voor vliegtuigen of helikopters gebruikt is het verstandig om een zender in de 35 MHz-band aan te schaffen. Deze wordt nl. alleen voor vliegen gebruikt.
Wanneer je zowel vliegtuigen als auto's gaat besturen kan je ook een zender in de 40 MHz-band aanschaffen.
De 27 MHz-band is sterk verouderd en storingsgevoelig. Deze dus niet meer gebruiken !
Op de 30 MHz-band is geen apparatuur verkrijgbaar. Deze is alleen voor zelfbouwzenders bestemd.
De nieuwste zenders zijn computergestuurd en werken in de 400 MHz band. Hoewel deze ook met kanalen werken, worden de vrije kanalen bij deze systemen automatisch herkend en ingesteld op jouw zender en ontvanger.

De tegenwoordige zenders zijn bijna allemaal computerzenders. Het grote voordeel hiervan is, dat alle instellingen in het geheugen worden opgeslagen, en dat dit geheugen plaats heeft voor meerdere modellen. Ook kan bijvoorbeeld de draairichting van de servo's (de elektromotortjes die uiteindelijk de roeren aansturen) d.m.v. een instelling omgedraaid worden, zodat niet steeds de stekkertjes omgedraaid moeten worden als met een ander model gevlogen wordt.

Bij de bediening van de zender worden in hoofdzaak twee systemen gevolgd:

  • single stick
  • dual stick.

Bij single stick zijn de functie's hoogteroer en ailerons op één knuppel (meestal de linker) ingesteld.
Bij dual stick is op de rechter knuppel de gasregeling en de ailerons ingesteld en op de linker knuppel

hoogteroer en richtingroer. Om een normale bocht te vliegen dient dus zowel de rechterknuppel (ailerons) en de linker knuppel (hoogteroer) bewogen te worden, vandaar de naam "dual stick".

Op elke zender kan men naar wens een van de twee instellen en zo men wil later weer wijzigen.

Bij een zender hoort uiteraard ook een ontvanger, die van tenminste 4 kanalen voorzien is. Uiteraard zijn er ook ontvangers met meerdere kanalen verkrijgbaar.
In de ontvanger worden de servo's aangesloten, die de roeren aansturen.

De zender dient van een zendkristal en de ontvanger dient van een ontvangerkristel van gelijke frequentie voorzien te zijn.


                                 © 2016 E.M.C.R. Elektronica en ModelbouwClub Rozenburg. All rights reserved.